In “Wereldreizigers” spreekt Luc Vervoort met jonge mensen die hun thuis achterlieten om de wereld in te trekken. Geen lijstjes met bucketlist-bestemmingen, maar korte portretten van de mensen achter de reis. Wat zoeken ze? Wat verliezen ze? En wat nemen ze uiteindelijk weer mee naar huis?

Voor de eerste aflevering ontmoeten we Billy. Negentien jaar, afkomstig uit Stroud in het Verenigd Koninkrijk. We zagen elkaar in Chiang Mai, maar het gesprek begon pas echt op de slowboat van Pai naar Laos, zo’n tocht waarop iedereen nog even zoekend is, maar niemand zich haast. 

“Hier leeft iedereen buiten”
Wat hem het meest opvalt in Azië is de gemeenschapszin. “Thuis draait het om jezelf, je vrienden en je familie. Hier voel je een soort nationale verantwoordelijkheid voor elkaar.” Hij beschrijft hoe mensen ‘s nachts nog op plastic stoeltjes samen eten. Zakenmannen en daklozen naast elkaar. Drie uur ’s nachts en nog steeds leven op straat. “Iedereen is buiten, iedereen is samen.”

Die vanzelfsprekende verbondenheid raakt hem. Net als het feit dat hij hier constant leert. “Elke dag ontmoet je nieuwe mensen. Je hoort verhalen die totaal anders zijn dan die van jou. Dat verruimt je wereldbeeld.”

Toch verraste één inzicht hem misschien nog meer: hoe dankbaar hij is voor thuis. “Ik voel me nu veel sterker verbonden met mijn eigen stad dan vóór deze reis. Ik zou hier niet permanent willen wonen.”

Heimwee ruikt naar een bank en een tv
Reizen is vrijheid, maar ook eenzaam. “Als alles tegenzit. Als je ziek bent. Als je dagenlang niemand spreekt. Dan mis je thuis. Dan wil je gewoon op je eigen bank liggen en series kijken. Niet in een stapelbed in een hostel met twaalf man.”

Hij lacht wanneer hij vertelt dat hij soms “alleen maar irritante Indiërs” in zijn hostel tegenkwam en dagen had zonder écht gesprek. Het romantische beeld van reizen barst daar snel uiteen, legt hij uit. 

Leren luisteren
De grootste les van zijn reis is verrassend eenvoudig: luisteren. “Ik heb geleerd om niet steeds het gesprek over te nemen. gewoon luisteren. Zeker naar mensen met totaal andere meningen.” Reizen heeft hem geduldiger gemaakt. Minder bezig met zichzelf, meer met het verhaal van de ander. 

Stilte, verdwaald en wakker worden op de 41e verdieping
Zijn wildste ervaring? Een tiendaagse Vipassana-meditatie retraite. Tien dagen zonder telefoon, zonder praten, zonder spiegels. Niet roken en alleen vegetarisch eten. “Je leert daar een kant van jezelf kennen die je nog niet kende.”

Maar de reis kende ook minder spirituele hoofdstukken. Zoals wakker worden op de 41e verdieping van een onbekend studentencomplex in Thailand, na een avond die hij zich niet meer herinnert. Of zonder benzine stranden in the middle of nowhere, totdat een Amerikaan zijn scooter met een touw meesleept naar een tankstation.

Bangkok en lamsschenkel in Penang
Zijn favoriete plek? Bangkok. “Veel mensen haten Bangkok. Maar ik voel me daar levend. Het is zo divers. Als je elke wijk een week geeft, ontdek je telkens een andere stad.” Toch relativeert hij meteen: “Uiteindelijk maken plekken niet uit. Het gaat om de mensen met wie je er bent. Als je iemand ontmoet met wie het klikt, of op wie je verliefd wordt, dan wordt elke plek honderd keer beter.”

Zijn beste maaltijd? Een lamsschenkel met biryani-rijst en een pittige omelet in Georgetown Penang. 

“Ik moet sterven met verhalen”
Waarom begon hij aan deze reis? “Zelfontwikkeling, je moet dingen doen om iets te worden. In je geboortestad blijven hangen gaat je doden. Ik zie mensen al vijftig jaar in dezelfde baan zitten. Dat maakt me bang.” Zijn doel is niet succes, niet geld, niet status. “Als je enige doel is om te ervaren, dan is alles winst.” 

Hij sluit af met een zin die blijft hangen: “Het enige dat groeit terwijl het stilstaat, is een boom. Depressie kan een bewegend object niet raken.”


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *