Meer dan die treinkaping

Meer dan die treinkaping

Over Molukse beeldvorming tussen geschiedenis, media en een generatiekloof

In het Nederlandse collectieve geheugen worden Molukkers nog vaak herleid tot één beeld: de treinkaping van de jaren zeventig. Het zijn beelden die blijven hangen, mede omdat ze decennialang zijn herhaald in media, documentaires en schoolboeken. Volgens Kees Schepel, hoofdredacteur van Pelita Magazine, is die eenzijdigheid geen toeval, maar het gevolg van een hardnekkig gebrek aan kennis én nieuwsgierigheid. 

“Gebrek aan kennis is op zichzelf niet erg”, zegt Schepel. “Maar gebrek aan wil om die kennis op te doen, dát is journalisten aan te rekenen.” 

Media als macht
Schepel werkt al ruim dertig jaar bij Pelita, een organisatie die zich richt op mensen met een achtergrond in voormalig Nederlands-Indië, waaronder Molukkers. Het magazine, met een oplage van zo’n vierduizend exemplaren, ziet hij niet als een machtig medium in traditionele zin, maar wel als onderdeel van een bredere mediaketen waarin beeldvorming wordt geproduceerd en gereproduceerd. “Media heeft macht, ook al is die bij ons beperkt. Beeldvorming ontstaat niet in het luchtledige”, aldus Schepel. 

Volgens de hoofdredacteur wordt het dominante beeld van Molukkers in Nederland nog steeds sterk bepaald door de gewelddadige acties van een kleine groep in de jaren zeventig. Dat beeld blijft overeind, juist omdat context vaak ontbreekt. “De geschiedenis van de 12.500 Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen, die in 1951 naar Nederland kwamen met de belofte tijdelijk te blijven, is Nederlandse geschiedenis. Maar die wordt nauwelijks echt verteld.”

Herhaling van pijn
Ook recente documentaires, zoals die van Koen Verbraak over de treinkaping, dragen volgens Schepel bij aan een eenzijdig narratief. Niet omdat ze feitelijk onjuist zijn, maar omdat ze vrijwel uitsluitend focussen op pijn, woede en trauma. “Het is goed dat dat verhaal verteld wordt”, zegt Schepel. “Zeker voor een groot publiek, maar als dat het enige verhaal blijft, dan ontstaat er een vertekend beeld.”

Wat ontbreekt, is het alledaagse leven. De cultuur, muziek, het eten. De Molukse feestdagen die inmiddels al decennialang in Nederlandse steden worden gevierd. De verhalen van gezinnen die inmiddels diep verankerd zijn in dorpen en wijken, van ‘vreemdelingen’ die locals werden.

Generaties die elkaar niet meer vanzelfsprekend vinden
Waar de tweede generatie Molukkers vaak sterk verbonden zijn met het oorlogstrauma en de gebroken belofte van terugkeer, kijken de derde en vierde generaties vaak anders naar hun identiteit.  Die afstand is bevrijdend, maar ook een bron van wrijving. 

Schepel ziet jongeren zoeken naar ruimte om zichzelf te definiëren, los van rigide verwachtingen. “Ik zie jongeren die bezig zijn met muziek, dans, rap. Wereldburgers. Maar ik zie óók een tegenbeweging, waarin identiteit weer heel straks wordt afgebakend.”

Die spanning speelt zich niet alleen af tussen Molukkers en de Nederlandse samenleving, maar ook binnen de gemeenschap zelf. discussies over RMS-symboliek, over ‘wie echt Moluks is’, of over hoe men zich moet positioneren tegenover Nederland, zorgen voor interne verdeeldheid. “Het risico is dat je jezelf opnieuw marginaliseert. Dat je weer vooral naar binnen kijkt, terwijl er juist zoveel te delen valt”, waarschuwt Schepel. 

Beeldvorming begint ook van binnenuit
Volgens Schepel ligt de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij landelijke media. Ook Molukse organisaties en initiatieven moeten kritisch kijken naar het beeld dat zij zelf uitdragen. “Identiteit beschermen is begrijpelijk”, zegt hij. “Maar als die bescherming verandert in uitsluiting, dan maak je het jongeren niet makkelijker.” 

Een voorbeeld daarvan ziet hij in de manier waarop sommige culturele initiatieven zich afsluiten voor bredere samenwerking, terwijl andere groepen: Indisch, Papoea, Moluks, juist zoeken naar gezamenlijke vormen van herdenken en vieren.

Verder dan verleden
De koloniale geschiedenis moet verteld blijven worden, daarover bestaat geen twijfel. Maar de vraag die steeds urgenter wordt, is wat er ná dat verhaal komt. Hoe in dit geval Molukkers zich vandaag de dag positioneren. Hoe jongeren omgaan met een erfenis die zij niet zelf hebben gekozen, maar op een of andere manier wel meedragen. 

Volgens Schepel ligt daar ook een journalistieke opdracht: niet kiezen voor alleen pijn of trots, maar voor complexiteit. “Balans”, zegt hij terecht. “Daar gaat het om, want Molukkers zijn meer dan hun trauma’s. En Nederland is gebaat bij verhalen die dat laten zien.”


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *