Festival of volksfeest?

Festival of volksfeest?

Toen Den Bosch aankondigde de “festivalisering van carnaval” te willen tegengaan, voelde dat voor veel liefhebbers als een zeldzaam moment in een diffuus debat. Carnaval is geen festival. Het is geen evenement. Het is geen product. Het is een volksfeest, en dat is iets fundamenteel anders.

De woorden van Oeteldonk spreken boekdelen: carnaval is een straatfeest, gedragen door muziek, traditie en gelijkheid. De kiel maakt iedereen hetzelfde. Geen VIP-decks, geen hekken, geen programmering die het spontane verdringt. Geen poging om het feest te herpakken als beheersbaar entertainment. 

Dat sentiment klinkt al jaren in Venlo, maar blijft vaak hangen in gemopper aan de bar. De Venlose vastelaovend wordt door steeds meer mensen ervaren als iets dat schuift richting een geregisseerd spektakel. Meer controle, meer infrastructuur, meer commerciële logica. Minder ruimte voor het onverwachte.

De Zoepkoel is het meest zichtbare symbool van die verschuiving. Het plein als hoofdprogramma, het publiek als toeschouwer. Dranghekken bepalen de loop van de massa, podia bepalen de richting van het geluid. Wat ooit organisch door de stad bewoog, concentreert zich in vakken en schema’s. De stad wordt decor in plaats van speelveld. 

Daar komt bij dat cafés, traditioneel gezien het kloppend hart van de vastelaovend, steeds vaker programmeren alsof het een regulier clubweekend is. Elektronische muziek, techno, après-ski: stijlen die op zichzelf niets misdadig zijn, maar die wringen met de identiteit van een feest dat juist draait om lokale klank, dialect en herkenning. Het gevolg is een culturele vervaging. Vastelaovend wordt inwisselbaar.

Ironisch genoge liet 2022 zien hoe het oo kan. In het coronajaar, toen vergunningen onmogelijk waren en grote podia uitbleven, ontstond een noodgedwongen experiment. Buitenbars, spontane muziek op straat, joekskapellen zonder strak kader. Geen centraal spektakel, maar verspreide energie. De reacties waren opvallend positief. Mensen spraken over vrijheid, creativiteit en een onverwachte terugkeer naar de kern. 

Nog opvallender: spontaniteit werd toen expliciet onderdeel van het beleid. De gemeente erkende dat het feest niet volledig te regisseren valt zonder haar ziel te verliezen. Vastelaovend bleek geen machine die alleen draait op organisatie, maar een organisme dat juist leeft bij improvisatie.

Toch lijkt die les alweer te vervagen. Het reflex richting beheersing, veiligheid en commerciële exploitatie keert snel terug. Begrijpelijk, want een stad moet ook functioneren. Drukte vraagt om maatregelen. Horeca wil verdienen. Bestuurders willen risico’s beperken. Maar hier schuurt het: hoe meer carnaval wordt ingericht als evenement, hoe minder het nog een volksfeest is.

Den Bosch trekt nu expliciet een lijn. Een flinke lijn, want zelfs NOS voelde zich geroepen het nieuws te vermelden. Dus dit heeft niets met conservatisme te maken, maar met een poging om identiteit te beschermen. De vraag is daarmee of Venlo bereid is hetzelfde gesprek te voeren. 

Want uiteindelijk gaat het niet om hekken of podia op zichzelf. Het gaat om de richting. Wordt de Venlose vastelaovend een commercieel stadsfestival, met ieder jaar hetzelfde voorspelbare ritme, carnavalesk aangekleed? Of blijft het een collectief moment van stedelijke autonomie, waarin bewoners zelf het ritme bepalen? 

Beide tegelijk kan niet. Hoe meer je het ene voedt, hoe meer het andere verdwijnt. 

En dat is de keuze waar Venlo voor staat: willen we een perfect georganiseerd evenement, of een rommelig, levend volksfeest? De eerste is voorspelbaar en veilig. De tweede is chaotisch, soms lastig, maar onvervangbaar.

En juist in die chaos zit de vrijheid die de vastelaovend ooit beloofde. 


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *